"If I know you're very good in music, I can predict with just about zero percent accuracy whether you're going to be good or bad in other things" was wat Howard Gardner vertelde over intelligentie [1]. Hij gelooft niet in het bestaan van een algemene vorm van intelligentie, maar heeft in zijn intelligentie-model acht vormen van intelligentie beschreven. Wat traditioneel gezien wordt als intelligentie heeft hij ondergebracht in twee afzonderlijke vormen: de logisch mathematische en verbaal linguïstische intelligentie. Iedereen bezit iets van elk van vorm van intelligentie: In feite zegt hij dat iedereen een uniek mengsel heeft van alle intelligenties (je cognitieve vingerafdruk of profiel). Van dit laatste kan goed gebruik gemaakt worden in zowel het bedrijfsleven [1] als in een educatieve omgeving [2].

Howard_Gardner.JPG


Howard Gardner
Professor Cognitie en Educatie Howard Gardner is 11 juli 1943 geboren in Scranton, Pensylvania. Hij is opgegroeid in een gezin waarin vlak voor zijn geboorte het oudste kind overleden is. Hierover werd niet gesproken, net als de andere geschiedenis van de familie: hun joodse afkomst en hun vlucht uit Duitsland in 1938. Deze gebeurtenissen hebben, ondanks dat ze niet besproken werden, de ontwikkeling van Howard beïnvloed. Dit is ondermeer terug te vinden in zijn boek The Disciplined Mind [3]. Na zijn middelbare school ging hij naar de Harvard University met de intentie om advocaat te worden. Daar ontmoette hij mensen die zijn interesse gewekt hebben voor wetenschap. Howard wijt deze verandering van studie voornamelijk aan een van zijn docenten, Erik Erikson. Ook ontmoette hij daar David Riesman en Jerome Bruner en ook zij waren een bron van inspiratie [2].
Howard Gardner geeft les aan de Harvard Graduate School als "Professor of Cognition and Education" Hij heeft een eigen website.
Zijn opvattingen over lesgeven gaan uit van de cognitieve ontwikkeling van de personen en de cultuur die in de leefomgeving van de personen heerst. Hij is niet tegen ouderwetse methoden in het onderwijs en verwijst in zijn boek veelvuldig naar Confucius, maar heeft wel een uitgesproken mening over behavioristen. Hij zegt dat je, als je een behaviorist bent, aan iemand anders moet vragen of je jezelf goed voelt, omdat behavioristen volledig voorbij gaat aan het hebben van een (niet zichtbare) eigen mening en eigen gevoelens [3].
8-intelligenties2.jpg
De acht vormen van intelligentie (4).


Meervoudige Intelligenties.
De theorie waarmee hij beroemd is geworden is die van de meervoudige intelligenties.
In de figuur hiernaast worden deze meervoudige intelligenties weergegeven.

Deze theorie gaat ervan uit dat iedereen ontwikkeld is in één of meerdere inteligenties, alleen de combinaties en hoeveelheden verschillen.Een professioneel sporter heeft, waarschijnlijk, een veel hoger IQ in de lichamelijk kinestetische intelligentie, dan een musicus die, waarschijnlijk, een veel hoger IQ heeft in de muzikaal ritmische intelligentie [4, 5].
De kritiek van Chomsky op de ontwikkeling zoals beschreven door Piaget was een basis voor dit model van Gardner. Chomsky beschreef meerdere omgevingen waarin verschillende mentale representaties zich op verschillende manieren ontwikkelen. Gardner vond deze theorie niet sterk genoeg en vond dat je verder moest gaan dan alleen het beschrijven van deze mentale verschillen, maar dat elk ervan ook gebruikt moet worden. Hij benoemde acht mentale vormen en noemde het de acht intelligenties. Elk van de acht verschillende intelligenties voldoet aan bepaalde voorwaarden: zoals het vermogen om problemen op te lossen en te creeren, of om producten te maken die een bepaalde waarde hebben (in een bepaalde culturele context) [3].

De criteria

Gardner stelde acht criteria op waaraan een intelligentie moet voldoen. De criteria komen voort uit de verschillende vakgebieden van waaruit Gardner zijn onderzoek verrichtte: de biologische wetenschap, de logische analyse, de ontwikkelingspsychologie en de traditionele psychologie [6, 7].
  1. De intelligentie is verbonden met bepaalde gebieden in het brein en zou dus bij een hersenbeschadiging afzonderlijk beschadigd kunnen raken.
  2. Het bestaan van ‘idiots savants’, wonderkinderen en andere uitzonderlijke individuen zoals autisten bij wie vermogens veel verder zijn ontwikkeld dan bij de gemiddelde mens;
  3. Een intelligentie moet ook een of meer identificeerbare kernfuncties hebben. Het gaat om het vermogen specifieke informatie te verwerken, er op te reflecteren en eigen te maken. Een intelligentie werkt ‘in de praktijk’ samen andere intelligenties, maar er moeten capaciteiten zijn die van essentieel belang zijn voor een specifieke intelligentie.
  4. De intelligentie moet een ontwikkelingsgeschiedenis laten zien. Een groei van eenvoudige naar ingewikkelde handelingen. De persoon leert.
  5. De intelligentie moet een evolutionaire aannemelijkheid hebben. De evolutie van een intelligentie moet met plausibele argumenten te verklaren zijn.
  6. De intelligentie moet te testen zijn op isolatie en unieke en onderlinge samenhang. Het bestaan van een intelligentie moet kunnen worden verdedigd met argumenten uit de psychologie en de psychometrie. Psychologisch onderzoek naar hoe verschillende vermogens elkaar beïnvloeden, door versterkend of belemmerend te werken op elkaar, kan helpen de afzonderlijke intelligenties te herkennen.
  7. Het gedrag of handeling is niet cultuur gebonden en is altijd in alle omstandigheden herkenbaar.
  8. De intelligentie moet goed ondergebracht kunnen worden in duidelijke symboolsystemen. Symboolsystemen zijn ontwikkeld door de mens om de hersenen te helpen betekenis te geven aan gebeurtenissen en ervaringen; wat je doet moet te beschrijven en vast te leggen zijn. (het alfabet, cijfers, noten, landkaarten).

Educatie.
Het is al eerder genoemd en zal zeker nog wel een keer gezegd worden, maar toch wil ik hier benadrukken dat iedereen van al deze intelligenties iets bezit in unieke verhoudingen: Een cognitieve vingerafdruk. Daardoor is het vanzelfsprekend dat iemand in sommige aspecten van een intelligentie meer ontwikkeld is dan in andere. Tevens zijn het geen geheel op zichzelfstaande of afzonderlijk werkende intelligenties: We maken continu gebruik van al deze intelligenties. Zoals uit de criteria al af te leiden is, zijn intelligenties niet slechts enkele vaardigheden die naar voren komen [8]. Een vaardigheid is voornamelijk het aangeleerde vermogen om handelingen goed uit te voeren of problemen op te lossen en wordt meestal verkregen door ervaring. Een verschil met intelligentie is ondermeer terug te vinden in de criteria die Gardner hanteert: evolutionaire geschiedenis en verklaarbaarheid.

De hyperlinks hieronder verwijzen naar filmpjes op het internet, gemaakt door Onderwijs van morgen (Malmberg), waarin heel bewust zoveel mogelijk één intelligentie wordt aangesproken door de docent om de leerlingen iets te leren.
Aangezien iedereen een uniek intelligentie profiel heeft zijn er leerlingen die een hogere visueel ruimtelijke intelligentiehebben dan verbaal linguïstische intelligentieen vice versa. Deze laatste groep zal het goed doen bij een klassikale uitleg waarbij de docent een verhaal vertelt of instructies geeft waarbij hij woorden herhaalt en benadrukt die van belang zijn voor bijvoorbeeld wiskunde instructies, terwijl de eerste groep waarschijnlijk veel meer opsteekt van afbeeldingen die geprojecteerd worden of overzichtelijke schema's. Zo zal een logisch mathematisch hoog scorende leerling goed zijn in ondermeer analyseren en deduceren en houdt van een planmatige aanpak en het gebruik van algoritmes. Door gebruik te maken van de interpersoonlijk intelligentie wordt samenwerken bevorderd, terwijl het aanspreken van de intrapersoonlijke intelligentie zelfreflectie en zelfvertrouwen aansturen. Leerlingen met een hoge lichamelijk kinetische intelligentie maken vaak veelvuldig gebruik van mimiek en gebaren. De muzikaal ritmische intelligentie rol spelen bij lichaamsbeweging en het ontwikkelen van talen. Wanneer iemand een hoog IQ heeft voor de naturalistisch (ecologische) intelligentie is vaak ook visuele IQ hoog: ze zijn goed in waarnemen van ecologische systemen, flora en fauna [9].

"... Laat ons niet langer kijken of een leerling knap is, maar hoe een leerling knap is. De vraag is dus niet “Hoe slim ben jij?”, maar “Hoe ben je slim?”! Een leerkracht die zich met deze vraag bezig houdt, leert de leerlingen op een andere manier te benaderen. Hij of zij leert rekening te houden met de sterkere en zwakkere kanten van de leerling. Als we alle intelligenties waarderen en eer betonen, voldoen we aan het meest fundamentele principe van opvoeding in een democratie: gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen... "schreef Henk De Reviere [8].

Wanneer leerlingen in groepen moeten werken, zou je heel goed gebruik kunnen maken van de meervoudige intelligentie theorie: De groep vereist samenwerking, reflectie, zelfvertrouwen, onderwerpen van meerdere kanten bekijken (visueel, verbaal, mathematisch, uittekenen, classificeren) en daarna presenteren (dramatiseren) en zou idealiter, volgens Gardner's theorie, leden vereisen die elk sterk zijn in een andere intelligentie.
quote_from_Gardner.JPG
Uitspraak van Gardner (2).
Ik denk dat als je je bewust bent van de meervoudige intelligenties je bij leerlingen die de standaard aanpak niet snappen van heel basale onderwerpen, je er gebruik van kunt maken dat er ook andere kanten zijn waarin iemand zich kan ontwikkelen. De manier waarop je lesstof aanbiedt, zal verschillende kinderen wél of niet bereiken. Door het op verschillende manieren aan te bieden heb je binnen deze theorie veel meer kans om de lesstof over te brengen. Zeker in de huidige internettijd is er op internet al snel iets te vinden wat op een heel originele manier is uitgelegd: in cartoons, filmpjes of zelfs toneelstukjes, al dan niet met verschillende soorten muziek eronder. Waarbij er soms ook nog uitleg gegeven wordt voor het grotere geheel (effect op ecosystemen bijvoorbeeld, of op bevolkingsgroepen). Dit stelt een docent in staat om, als een aantal leerlingen het niet snapt, ze links te geven naar dergelijke filmpjes of uitleg en op die manier het voorkomen van meerdere intelligenties te gebruiken in het onderwijs. Je kunt als docent uiteraard niet alles altijd op 8 manieren uitleggen, dat kost niet alleen teveel tijd, maar zou er ook voor zorgen dat een deel zich gaat zitten vervelen of een ander deel geheel in de war raakt. Zodra een leerling eenmaal een bepaalde basiskennis heeft en weet hoe hij moet leren, dan heeft hij ook zelf de mogelijkheid om zelfstandig informatie van internet te halen of als huiswerk een stuk informatie te bekijken wat de docent ter beschikking heeft gesteld voor leerlingen die het niet begrijpen op de standaard klassikale manier.

Voorbeeld:
Hoe kun je deze theorie nu concreet gebruiken in het onderwijs: hoe onderwijs je wiskunde aan een leerling die hoogebegaafd is in de lichamelijk kinesthetische intelligentie? was één van de dingen die we ons afgevraagd hebben. Hoogst waarschijnlijk zal iemand die hoogebegaafd is in de lichamelijk kinestetische intelligentie kiezen voor zo min mogelijk wiskunde in zijn vakkenpakket, aangenomen dat hij niet ook hoogbegaafd is in zijn logisch mathematische intelligentie. Iedereen bezit, zoals eerder gezegd, alle intelligenties in meer of mindere mate. Door andere intelligenties aan te spreken kan hij het mogelijk ook begrijpen. Een andere aanpak is dat tijdens gymnastiek lessen zijn interpersoonlijke intelligentie en zijn visuele intelligentie verder ontwikkeld worden (samenspel, ruimtelijk inzicht, afstanden schatten), waarna de wiskunde docent gemakkelijker inzicht kan kweken bij deze hoogbegaafde leerling. Een alternatieve koers die de wiskunde docent zou kunnen aanhouden is door de lesstof voor parabolen en kwadratische vergelijkingen te introduceren met een filmpje over een atletiek wedstrijd hoogspringen. Door een dergelijke introductie te geven laat je de lichamelijk kinestetisch hoogbegaafde leerling iets zien wat hij van nature begrijp, waardoor mogelijk de lesstof eenvoudiger te begrijpen is. Ten slotte geldt voor deze leerling dat 'dingen doen' in zijn aard zit, dus als de stof het toelaat kan hij zelf actief iets uitvoeren. Hierbij kun je denken aan gegevens gaan verzamelen voor statistiek of voor meetkunde voorwerpen opmeten; zoals Thomas Alva Edison [8] zei: "Ik hoor en ik vergeet. Ik zie en ik onthoud. Ik doe en ik begrijp."
Acht intelligenties en enkele onderwerpen waar ze een belangrijke rol spelen (8).
Acht intelligenties en enkele onderwerpen waar ze een belangrijke rol spelen (8).

De negende en de tiende intelligentie: De existentile filosofische intelligentie en de intuitieve intelligentie.

In 2008 kwam Gardner met een negende intelligentie: De existentiële filosofische intelligentie. Of deze intelligentie aan al zijn criteria voldoet is nog niet geheel duidelijk, toch wil ik hem hier noemen. Zowel om aan te geven dat de kennis van het brein en cognitie nog volop in beweging is, als om aan te geven dat Gardner zelf zijn theorie ook steeds opnieuw bekijkt.
Deze intelligentie houdt in dat alles in een tijdloos kader bekeken wordt: mensen die goed zijn in de existentiëel filosofische intelligentie plaatsen alles wat betekenisvol is in de breedst mogelijke context. Ze overdenken, filosoferen, zijn geïnteresseerd in het heelal en vaak in kunst. Religieus leiders, zoals de Dalai Lama, en grote filosofen zijn sterk in deze intelligentie. Leerlingen die sterk zijn in deze intelligentie leren het beste door verbanden te leggen tussen de inhoud en vragen naar betekenis en waarde [6].
Iedereen kan intuïtief aanvoelen wat bedoelt wordt met intuïtieve intelligentie, die als tiende intelligentie voorgesteld is [9].

Kritiek op de theorie van Gardner.

Kritiek op de theorie van Gardner is dat er onvoldoende empirische aanknopingspunten zijn voor de door hem onderscheiden intelligenties. Veelvuldige gebruikte IQ tests blijken goed de schoolsuccessen van leerlingen te kunnen voorspellen [5]. Wat mijns inziens juist heel goed past in de theorie van Gardner: Bij de veelgebruikte vormen van onderwijzen: met tekst en uitleg geven met onder meer plaatjes en beredeneren (logisch mathematische intelligentie, visueel ruimtelijke intelligentie en verbaal linguïstische intelligentie) maak je gebruik van dezelfde vaardigheden waarin de intelligentietests op scoren: ruimtelijk inzicht, logisch denken en begrip van getallen en teksten.
De verschillende, onafhankelijke, intelligenties, zoals Gardner ze omschreven heeft, zijn moeilijk apart van elkaar te meten, omdat nauwelijks afzonderlijk voorkomen en dus niet goed meetbbaar zijn. Er is geprobeerd om te bewijzen dat de meervoudige intelligenties bestaan, maar er werd geconcludeerd dat de resultaten net zo goed verklaard konden worden met de oudere intelligentie modellen [10].

Een andere punt van kritiek is dat Gardner het begrip intelligentie niet goed onderscheidt van algemenere en andere kenmerken, bijvoorbeeld vaardigheden, competenties, vermogens en persoonlijkheidskenmerken. Ondanks dat in de psychologie er veel kritiek is, is de theorie populair geworden in het onderwijs. Deze populariteit wordt verklaard doordat je zo ogenschijnlijk verschillen tussen kinderen verklaart. De critici spreken echter van een verwrongen beeld van differentiatie omdat je met deze theorie zou gaan ontkennen dat het ene kind intelligenter is dan het andere, wat kan leiden tot het naar beneden bijstellen van verwachtingen aan de leerlingen, waardoor de totale leerprestaties zullen dalen [5].
Waar bij dit punt van kritiek aan voorbij gegaan wordt, is dat deze meervoudige intelligentie theorie zou niet gebruikt moeten worden om verschillen te gaan beschrijven of verklaren die er bestaan tussen leerlingen, maar dat de theorie gebruikt kan worden om leerlingen in goed ingerichte groepen te laten leren. Alleen de theorie gebruiken om te beschrijven dat er verschillen zijn, was net het punt van kritiek wat Gardner had op de theorie van Chomsky.

Toepassing van de theorie.
Een grote vraag is natuurlijk in hoeverre dit past in het huidige onderwijssysteem? Ga je het gebruiken voor een individueel gericht onderwijs om een kind het beste zijn talenten te kunnen ontplooien door de theorie te gebruiken voor zijn onderwijs, of wordt het verwerven van basiskennis gebruikt om bij iedereen alle intelligenties aan te spreken? Wat ik zie in de onderbouw van het VMBO is dat veel van de leerlingen zeer veel overeenkomsten vertonen: Behalve veel gedragsproblemen zijn ze ook visueler ingesteld en hebben ze moeite met abstracties. Dit is in feite waarop ze geselecteerd zijn op de basisschool en in de schriftelijke CITO-toets. Als docent is dit iets om op te pikken. Kan ik deze theorie nu gebruiken om ze een hoop stof uit te leggen op papier, zoals beschreven in de lesboeken, of kunnen ze de stof veel eerder begrijpen aan hand van veel visueler lesmateriaal? Volgens de theorie van Gardner wel. En nadat ze inzicht hebben gekregen in de stof door veel visuelere doceertechnieken, kunnen ze de stap naar de abstractere vormen van reproductie maken, zoals die op het examen gevraagd wordt. Dat is tenslotte iets waardoor ze weer op dezelfde manier getest worden als op de basisschool: een linguistisch ingestelde test op papier. Voor deze visueel ingestelde leerlingen zal papier niet de grootste barriere zijn, maar mogelijk wel de teksten. De theorie van Gardner is dus een goede om in het achterhoofd te houden, als hulpmiddel om de stof uit te leggen aan leerlingen die het niet begrijpen op de standaard manier, niet als excuus om te verklaren waarom ze het niet begrijpen.
Met betrekking tot de talenten van de leerling als individu, wordt deze theorie al toegepast in de praktijk bij beroepskeuze-testen aan hand van competentieprofielen: de leerling wordt onder meer beoordeeld op zijn intelligenties in abstract denken, interesse in ecologie, leiderschapskarakteristieken, enzovoorts.

Erkenning van dit model van Gardner.
Naast kritiek is er ook erkenning van zijn model. Er zijn al talrijke docenten die zijn theorie bewust toepassen in het onderwijs. Gardner ziet zijn opvattingen terugkomen in het werk van John Dewey. Hij beschouwt Dewey als een zeer charismatisch onderwijzer.
Ook in een ander concept, beschreven door Daniel Goleman, komt een deel van de theorie weer terug. Daniel Goleman beschreef de Emotionele Intelligentie. In feite een combinatie van de hier beschreven Interpersoonlijke en Intrapersoonlijke Intelligentie [11].

Bronnen:
  1. Koch, C. (1996). The Bright Stuff. CIO. March 15, 56 - 62.
  2. Smith, M.K. (2002, 2008) 'Howard Gardner and multiple intelligences', //the encyclopedia of informal education.//
  3. Gardner, H. (1999). The disciplined mind; what all students should understand. Simon & Schuster Inc,, New York (Verenigde Staten van Amerika).
  4. Witteman, H. (2009, 2010). Serie Meervoudige Intelligenties. Denk mee over het onderwijs van morgen. Malmberg.
  5. http://nl.wikipedia.org/wiki/Meervoudige_intelligentie
  6. van den Bedem, A. (2010). Meervoudige intelligentie binnen het kernconcept ‘Tijd en Ruimte’ . Master Thesis - Fontys Hogescholen Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg, Amsterdam/Utrecht (Nederland).
  7. Masselink, A. (2007). De theorie van meervoudige intelligentie of het belang van cultuureducatie in het primair onderwijs. Doctoraal scriptie - Universiteit Utrecht Faculteit der Letteren, Taal & Cultuurstudies. Utrecht (Nederland).
  8. De Reviere, H. (2009). Leerlingen zijn knap op verschillende manieren! ‘De Katholieke Schoolgids’ – Bisdom Gent (België).
  9. Verslag lezing Wielinga, P. De acht vormen van intelligenties volgens Gardner. Pharos Nederland.
  10. Visser, B.A., et al. (2006). Beyond g: Putting multiple intelligences theory to the test. Intelligence 34, 487–502.
  11. http://nl.wikipedia.org/wiki/Emotionele_intelligentie

Auteurs:
Mario Hummeling
Natasja de Jong