Theory of Mind test bij kinderen. - Nico

external image sally.jpg
Figuur Sally en Anne [1]

Inleiding.
Het doel van de test is dat het kind zich verplaatst in de gedachtegang van Sally en dus het mandje als antwoord geeft, omdat Sally niet heeft kunnen zien dat Anne de bal in de doos heeft verstopt. Het kind dat deelneemt aan de test heeft in dit geval dus inlevingsvermogen. Uit de onderzoeken die met deze test zijn gedaan is gebleken dat de meeste kinderen van vier jaar nog vaak de doos als antwoord geven, en zich dus niet in Sally kunnen verplaatsen. Maar bij een aantal blijkt het inlevingsvermogen zich wel al ontwikkeld te hebben op die leeftijd. Op zesjarige leeftijd blijken kinderen allemaal over het vermogen te beschikken,
tenzij er sprake is van een psychische beperking. [2]

bron 1: http://www.buitenbeentjes.com/img/sally.jpg
bron 2: http://nl.wikipedia.org/wiki/Sally_en_Anne

Piaget komt op grond van jarenlange onderzoek tot de conclusie dat het denken zich ontwikkeld in vier fasen.
  • fase 1: De sensomotorische fase (Van 0 tot ongeveer 1,5 jaar)
  • fase 2: De pre-operationele fase (Van ongeveer 1,5 tot ongeveer 7 jaar)
  • fase 3: De concreet-operationele fase (Van ongeveer 7 tot ongeveer 12 jaar)
  • fase 4: De formeel-operationele fase (Vanaf ongeveer 12 jaar)

Uitwerking van de fases geeft het volgende beeld:
  • fase 1: Het kind leert van alles door het te voelen en te proeven.
  • fase 2: Hierboven staat een goed voorbeeld van deze fase uitgewerkt: "Anne en Sally".
  • fase 3: Het kind kan verbanden leggen tussen het een en het ander, ze leren hoe de wereld in elkaar zit. Ze houden van feiten, ze leren begrippen en regels hanteren. Kinderen in de concreet operationele fase kunnen nog niet verder denken dan hun eigen wereldje, alleen wat ze zien en horen is de waarheid.
  • fase 4: De complexe samenhang van de geestelijke functies zoals waarnemen, denken, herinneren, verbeelden en leren verandert zo dat het denken over zaken die niet direct waarneembaar zijn kan gaan. Ze kunnen logische gevolgtrekkingen maken en zelfstandig veronderstellingen formuleren. Ze kunnen dus hypothetisch-deductief denken (als dit....., dan dat.......). Ze baseren hun oordeel op meerdere mogelijke situaties.

Opdracht 1:
Wij hebben 3 kinderen gevraagd een opstel te schrijven over de vraag Is Nederland vol? Hierbij moesten de volgende begrippen in het opstel terug te vinden zijn: vrijheid, ruimte, werk en financiën. De 3 kinderen hebben erg hun best gedaan, de teksten zijn terug te vinden in de bijlagen:

Giovanni, 14 jaar, 2e leerjaar VMBO.
Teun, 13 jaar, 2e leerjaar VWO.
Jevin, 13 jaar, 1e leerjaar VMBO.





Uitwerking:
Giovanni
Giovanni heeft dit opstel geschreven vanuit de ik-vorm. Hij trekt de stelling heel erg op zichzelf. Er zitten bijna geen als dan zinnen in zijn antwoord. Hij leeft nog zeer in zijn eigen wereld. Hij weet wel hoe de wereld in elkaar zit maar trekt het erg naar zichzelf toe. Je zou dus zeggen hij bevindt zich nog in fase 3 de concrete operationele fase. Aan het einde van zijn opstel wanneer hij het over de financiën heeft zie je dat hij wel hypothetisch-deductief kan denken, als er meer geld gegeven wordt dan.......
Giovanni begint dus duidelijk in de overgangs van fase 3 naar fase 4.

Teun
Teun bevindt zich in fase 4 de formeel operationele fase. Hij beschrijft beide kanten van de zaak.
Hij kan zelfstandig veronderstellingen formuleren en logische gevolgtrekkingen maken.

Jevin
Jevin bevindt zich in fase 4 de formeel operationele fase. Hij kan hypothetisch-deductief denken vb als Nederland en Belgie samengaan is er meer ruimte en kunnen er meer mensen komen. Discriminatie mag niet want.......Jevin trekt logische gevolgtrekkingen en kan zelfstandig veronderstellingen formuleren.
Hij velt nog wel vrij snel een oordeel: in dit opstel belicht hij de onderwerpen vanuit 1 kant: Discriminatie moet verboden worden, Nederland is bijna vol, Financiëel zitten we in een crisis waar je ouders sjagerijnig van worden. Dus wat betreft een oordelen zit hij nog in fase 3 (baseert zijn oordeel alleen op de situatie zoals die zich voordoet) dan in fase 4 (oordeel baseren op alle mogelijke situaties en combinaties hiertussen).